Argumenten voor en tegen het referendum | Meer Democratie

Argumenten voor en tegen het referendum

Argumenten voor het referendum

  • Democratie betekent “volksheerschappij”. In een democratie is er geen autoriteit boven de burgers; het volk is soeverein. Wetten hebben autoriteit omdat ze vrijwillige afspraken (sociale contracten) zijn tussen gelijkwaardige en vrije burgers. Burgers moeten dus het laatste woord kunnen hebben over wetten. Dat kan via het referendum.
     
  • Het referendum zorgt voor draagvlak voor het beleid. Wetten en besluiten worden meer aangepast aan de wensen en noden van de burgermaatschappij. Er is een langer en veel intensiever publiek debat, maar als besluiten eenmaal genomen zijn is er brede steun en kunnen ze vlot worden uitgevoerd.
     
  • Het referendum zorgt voor meer publiek debat. Omdat burgers weten dat uitkomsten van referenda ook echt uitgevoerd worden, is het voor hen zinvol om deel te nemen aan publieke discussies. Waarom zou je je verdiepen in zaken waar je toch niets over te zeggen hebt? Referenda geven ook mogelijkheden aan politici om hun standpunten veel breder voor het voetlicht te brengen.
     
  • Het publieke debat wordt onder invloed van referenda zakelijker, omdat een referendum gaat om één afgebakende zaak, terwijl in verkiezingsdebatten alle issues chaotisch door elkaar heen lopen.
     
  • Het referendum werkt ‘integrerend’ in de samenleving . In een referendumdemocratie kunnen politici het zich niet permitteren om grotere groepen burgers links te laten liggen, want dan kunnen die referenda lanceren en misschien de meerderheid overtuigen. In een referendumdemocratie worden alle maatschappelijke groepen van betekenis uitgenodigd om het beleid mee te vormen.
     
  • In een referendumdemocratie moet elk issue z’n eigen meerderheid vinden. Die meerderheid wordt elke keer ad hoc gevormd. De ene keer hoor je bij de winnaars, de andere keer bij de verliezers. Dat is in tegenstelling tot een zuiver vertegenwoordigend  systeem, waarin de regerende meerderheid alles aangenomen kan krijgen wat ze wil, en de oppositie er voor spek en bonen bijzit.
     
  • Referenda hebben positieve effecten op het beleid en de maatschappij. Er is veel onderzoek verricht naar de effecten van directe democratie in Zwitserland en Amerikaanse deelstaten, waar al meer dan 100 jaar uitgebreide referendumstelsels bestaan. Hieruit blijkt dat dat referenda gecorreleerd zijn aan een hogere economische groei, een lagere belastingontduiking, lagere staatschulden en zelfs een hoger geluksgevoel van burgers.
     
  • Last but not least: al sinds decennia wil volgens peilingen zo’n 70 tot 80 procent van de bevolking de invoering van het referendum. In een democratie zou dat reeds voldoende argument zijn.

Argumenten tegen het referendum

  • Het referendum zou niet passen in het vertegenwoordigende stelsel. Dit argument is nogal onzinnig. Er zijn geen landen in de wereld die zuiver via directe democratie worden bestuurd (zonder parlement), maar er zijn ook weinig landen die niet een of andere vorm van referendum kennen. De mengvorm is de norm. In Zwitserland en de helft van alle Amerikaanse deelstaten bestaan al meer dan een eeuw uitgebreide referendumstelsels die op allerlei manieren zijn ingebed in het parlementaire stelsel.
     
  • Het gezag van het parlement en politieke partijen zou worden ondermijnd wanneer via een referendum een parlementsbesluit zou sneuvelen. In werkelijkheid is het parlement dat gezag allang kwijt. In internationale peilingen naar het vertrouwen dat burgers in allerlei ‘instituties’ hebben, bungelen de parlementen meestal onderaan. Door invoering van het referendum zouden politici aangeven dat ze bereid zijn de macht te delen en naar argumenten te luisteren. Ze zouden wel soms een referendum verliezen, maar het zou hen veel gezag en achting kunnen opleveren, evenals veel meer gelegenheid om hun argumenten en standpunten voor het publieke voetlicht te brengen.
     
  • Bij een referendum zou ‘linking’ plaatsvinden: er zouden onderwerpen meespelen die niets met het referendum te maken hebben. In werkelijkheid is er in een zuiver vertegenwoordigend systeem natuurlijk veel meer sprake van ‘linking’: in verkiezingsdebatten lopen alle mogelijke issues chaotisch door elkaar en moeten alle mogelijke argumenten omtrent allerlei onderwerpen leiden tot één druk op de knop. In een referendumdemocratie kunnen onderwerpen juist één voor één worden besproken, zonder dat ze elkaar hoeven te beïnvloeden. Wie bang is voor linking, zou dus voor meer directe democratie moeten pleiten.
     
  • Het referendum zou een vertragende werking hebben. Die is er tot zekere hoogte, maar de vraag is of dat erg is. Nu zien we vaak dat wet- en regelgeving in hoog tempo wordt gewijzigd. Elke nieuwe regering maakt veranderingen van de vorige weer ongedaan. Is de maatschappij net gewend aan een nieuw stelsel, komt er weer een nieuwe. Een referendumdemocratie zou meer rust brengen op dit punt. Door het brede, uitvoerige publieke debat kunnen wetten tot stand komen die beter doordacht zijn en een breed draagvlak hebben. Het feit dat we nu van crisis tot crisis strompelen zonder tijd voor publiek debat, komt deels door het gebrek aan democratie.
     
  • Kleine, goed georganiseerde groepen zouden via het referendum hun slag kunnen slaan. De werkelijkheid is eerder andersom. Kleine, goed georganiseerde lobbies kunnen in een zuiver vertegenwoordigend stelsel veel gemakkelijker invloed uitoefenen dan in een referendumdemocratie. Ze hoeven hiervoor slechts een handvol politici te overtuigen, en dit kan heel goed via verborgen kanalen. In een referendumdemocratie moeten ze de hele bevolking overtuigen, en plein public. Het is veel moeilijker de hele bevolking onder druk te zetten of haar om te kopen.
     
  • De rechten van minderheden zouden in een referendumdemocratie worden aangetast. Daarvoor is echter maar weinig bewijs voorhanden. Een onderzoek van Bruno Frey uit 1999 vond bijvoorbeeld dat referenda in Zwitserland de minderheidsrechten eerder bevorderden dan aantastten. Wat in Amerikaans onderzoek wel is bewezen, is dat juist leden van etnische minderheidsgroepen voorstander zijn van referenda, ‘blacks’ nog meer dan ‘hispanics’ en die weer meer dan ‘whites’. De verklaring is eenvoudig: dergelijke minderheidsgroepen worden vaak slecht vertegenwoordigd in het representatieve systeem. Juist zij hebben belang bij directe democratie. Doordat minderheden via handtekeningenacties een referendum kunnen aanvragen, kunnen zij via een publiek debat een meerderheid worden.
     
  • Het referendum zou teveel kosten. In de praktijk kost het houden van een referendum aan publieke middelen zo’n anderhalve euro per inwoner. Dus als Nederland vier nationale referenda per jaar zou houden, kost dat maximaal 6 euro per inwoner per jaar. Bovendien kunnen de kosten van referenda eenvoudig worden verlaagd door bijvoorbeeld stemmen per brief mogelijk te maken, zoals in Zwitserland al decennia lang gebruik is.
     
  • Het referendum zou weinig uithalen, omdat verreweg de meeste beslissingen nog steeds door het parlement genomen zouden worden. Dat laatste is juist, maar deze critici vergissen zich in de indirecte effecten van het referendum. Als burgers steeds een referendum kunnen aanvragen over elke wets- of grondwetswijziging, dan zijn politici veel voorzichtiger bij hun wetgevende werk. Dat heeft ook een effect op alle wetten waarover geen referendum wordt gehouden.